Geven tot het vlammetje op is.

Een verhaal voor mensen die op zoek zijn naar rust, naar een passende relatie tussen geven en ontvangen.

Merel is moe. Heel moe. Ze weet niet hoe dit komt. Ze slaapt voldoende, volgens haar. Haar werk als zelfstandige thuisverpleger loopt goed, ze eet goed, kortom in haar ogen kan het eigenlijk niet. Het kan eigenlijk nooit, dat moe zijn. Hoe kan je nu moe zijn als er nog zoveel moet gedaan worden? Er zijn zoveel mensen die het veel slechter hebben dan ik, denkt ze regelmatig. Waarom zou ik me dan moe voelen? Toch is Merel moe.  Ok, denkt Merel, sinds mijn vader overleden is ga ik dagelijks even langs bij mijn moeder. Ze is ten slotte alleen nu, en mijn broer kan niet met zijn zaak. Mijn zus woont te ver. Met dit huidig verkeer kan ze dat toch niet. Voor mij is het de minste moeite om te gaan. Natuurlijk moet ik ook wel nog kunnen zorgen voor onze jongste zoon, Mathis. Sinds de psychiater bij hem autisme heeft vastgesteld, kan ik toch niet anders dan ook extra aandacht geven aan hem. Nele, de oudste, kan al veel dingen zelf. Enkel moet ik haar nog helpen met schrijfwerkjes. Door haar dyslexie heeft ze moeite met schrijven. Het is geen probleem voor mij om even die werkjes te verbeteren en over te schrijven. Bram, de middelste, heeft moeite met lezen, maar het schrijven lukt wel. Dat gaat veel trager en daar kan hij zijn eigen tempo bepalen. Bram leest elke dag een half uurtje samen met mij en zijn lezen gaat vooruit. 


Sinds haar man van een stelling viel, kan hij niet meer met de auto rijden. Hij kreeg aangepast werk en Merel is blij dat hij nu toch terug af is van het vervanginkomen,  60% van het loon krijgen wordt zwaar na een tijd. Omdat ze zelfstandig is, is het voor haar geen probleem om haar man 's morgens weg te brengen naar het werk. Hij heeft een vaste vroegdienst en werkt van 6 tot 14u. Merel kan haar eigen agenda regelen en staat met haar man mee op om 4:30u en brengt hem weg naar zijn werk. Nadien komt ze thuis en wekt ze de kinderen en brengt ze hen naar school. Om 14:30 haalt ze haar man op als ze van bij haar moeder komt. Tussen haar werk komt ze voor het eten thuis en nadat de kinderen in bed liggen gaat ze nog naar enkele klanten om ze te wassen en klaar te maken voor bed. Merel blijft moe.
Voor Merel is het geven nooit teveel. Als kind heeft ze immers niet anders gekend. Ze was voorbestemd om verpleegster te worden. Haar moeder had dit ooit zelf willen doen, maar door de zorg voor haar man, Merels vader,  heeft ze dit nooit kunnen uitvoeren. Merel nam als kind al mee de zorg op voor haar vader samen met moeder. Dit was toch normaal. Moeder vond het de taak van Merel om mee te helpen. De andere kinderen konden dit niet zo goed. Merel kon het als de beste. Moeder zag in Merel een grote gelijkenis met zichzelf.
 Merel blijft in bed en komt er het volgende jaar niet meer uit.

Als het geven opgebrand is...


Burn-out contextueel bekeken
Verschillende cliënten komen met soortgelijke verhalen naar de praktijk. De boog stond gespannen, zeer gespannen. Toch voelden ze niet het tegentrekken van de pees. Ze voelden geen last, ze mochten geen last voelen. Een innerlijke stem sprak hen toe dat het zo moest. Cliënten komen dikwijls meedelen dat verschillende mensen in hun omgeving hadden gezegd dat het teveel was, maar ze hadden dit niet gevoeld. Eigenlijk hoorden ze het wel, maar het drong niet door. Het leek wel een andere taal. Een vreemde taal die ze niet geleerd hadden. Als je bij Merel kijkt hoe het als kind al meegegeven werd door haar eigen moeder rolde Merel de zorg in. Veel zorg voor een ander en blijven geven. De erkenning voor de moeite dat dit aan een kind kostte kwam niet. Daar was immers geen tijd voor en het is toch maar normaal dat je de zog voor je vader opneemt. Met cliënten stil staan en erkenning geven voor deze vele zorg is een noodzaak. Zoeken naar sporen van erkenning, van relaties die wel het vele zorgen zagen kan helend werken. Zoeken naar hulpbronnen bij broers of zussen. Hebben zij haar zien zwoegen? Als kinderen taken opnemen die niet echt voor hen bestemd zijn en waar bovendien geen erkenning voor gegeven wordt, kan dit geven pathologisch worden. Een dwang: Ik moet blijven geven. Geven, geven en blijven geven. Erkenning voor de moeite dat dit kostte voor een Merel, zou veel problemen voorkomen hebben. Door die erkenning wordt gezien wat het kost. De erkenning is mee de brandstof om het vlammetje passender te laten branden. Zonder die erkenning wordt de vlam altijd maar groter en groter. Zo groot zelfs dat de vlam zoveel brandstof verbruikt dat de tank leeg is. Voor enkele mensen soms zelfs voor het veertigste levensjaar. Opgebrand, leeggeven en weinig ontvangen. Van kind af aan leerden ze geven, maar werd hun ontvangen ook verstoord. Het niet kunnen binnenlaten van erkenning. Het zogezegd niet nodig hebben. Dit maakt dat op latere leeftijd en ook in de praktijk mensen moeite hebben met deze erkenning. Een dubbel aandachtspunt dus voor de therapie. Leren passend geven en tegelijk leren ontvangen. Beide zware opdrachten voor de cliënt.
In het verhaal van Merel hoort een contextuele therapeut ook nog een ander verhaal.  Het verhaal waar de ouder het kind (on)bewust in een richting duwt die de ouder zelf niet kon verwezenlijken. Bij Merel was het de job als verpleegster. Verpleegster was een oud verlangen van moeder maar door de zorg voor haar eigen man kon dit nooit tot ontplooiing komen. Merel vervulde de droom van moeder en werd zelfstandig thuisverpleegster. Ze deed dit om vanuit het innerlijke gevende kind. Zelfs op die manier om er haar een beroep van te maken. Door zelf te kiezen om zelfstandig te worden, heeft Merel een manier gevonden om deze job meer passend te maken. Ze werd betaald voor haar prestaties. Niet dat er voor alle geven een geldelijke vergoeding moet komen, maar het is meer passend als je hier je job van maakt. Ze koos zelf voor deze job wat maakt dat er hier al een verandering komt in de uitoefening van de wens van haar eigen moeder. Op die manier gaat de druk van haar moeder die destructief kan zijn, om naar een constructieve keuze.
Binnen het gehele verhaal is er wel een te veel aan geven. Mocht iedereen voor zichzelf eens een denkbeeldige balans voorstellen en ze vullen met wat ze geven aan de ene en aan de andere kant wat ze ontvangen, hoe zou hun verhaal er dan gaan uitzien?