De impact van broer-zus relaties op de werkvloer

In dit stuk illustreert Thea Bombeek aan een casus het parallelle proces tussen de relaties met broers en zussen en de relaties met collega’s: hoe parentificatie binnen het gezin van herkomst zich vertaalt op de werkvloer.

 

Casus
Rachida (niet haar echte naam) is een 30-jarige juriste. Ze werkt als projectmanager in een farmaceutisch bedrijf. Ze is Marokkaans-Frans en het middelste kind van drie. Ze heeft twee broers. Vader is al jaren werkonbekwaam wegens chronische depressie, moeder is huisvrouw. Haar ouders hebben Marokko verlaten om hun kinderen een beter leven te gunnen. Rachida was toen 8 jaar. Haar jongste broer is in Frankrijk geboren. Haar vader heeft de kinderen steeds voorgehouden om zich maximaal aan te passen aan hun nieuwe vaderland. Een andere waarde die hij hen heeft meegegeven is: als vreemdeling moet je dubbel hard je best doen om te slagen. Rachida heeft beide waarden erg ter harte genomen. Als enige in de familie heeft ze een universitair diploma. Bovendien heeft ze een succesvolle carrière. 10 jaar geleden heeft ze een Westerse man leren kennen, met wie ze intussen gehuwd is. Hoewel haar ouders niet praktiserend moslim zijn, is haar vader erg gekant tegen haar relatie met een niet-moslim. Sindsdien weigert hij elk contact met haar. Met haar oudste broer was ze jarenlang erg close. Rachida beschreef hun relatie als ‘twee handen op één buik’. Kort voor de begeleiding startte, kregen ze een vreselijk conflict. Haar broer zei haar dat ze voor hem niet meer tot de familie behoort.

De hulpvraag
Rachida wilde hulp voor haar extreme gevoelens van faalangst, die de oorzaak vormden van emotionele uitbarstingen op het werk en in haar partnerrelatie. Ze gaf aan extreem perfectionistisch te zijn en niet om te kunnen met fouten, niet die van anderen en zeker niet die van zichzelf. Bovendien kampte ze met extreme schuldgevoelens naar haar vader, met wie ze al 10 jaar geen contact heeft. Ook naar haar oudste broer voelt ze zich schuldig. Door haar schuldgevoelens en faalangst is Rachida onderhevig aan wat ze zelf depressieve buien noemt. Ze beseft dat dit haar prestaties op het werk en haar levenskwaliteit ondermijnt.

De therapeutische begeleiding
Het kan op het eerste zicht verrassend lijken om de exploratie van de relatie met haar broers te kiezen als insteek voor deze begeleiding. De reden waarom ik er toch voor koos, is omdat Rachida in de eerste minuten van ons eerste gesprek zowel het conflict met haar vader en broer vermeldt. Haar broer is jaloers op haar succes en verwijt haar hun ouders ongelukkig te maken door haar partnerkeuze. Ervaring heeft me geleerd dat er geen toeval bestaat.
Wat tijdens de eerste minuten gezegd wordt, raakt meestal aan de kern van het probleem. Het is een altijd een goed uitgangspunt om van daar te starten met de exploratie. 


Rachida
Voor we daarop ingingen, stonden we eerst stil bij haar eigen rol in het gezin. Als enige
dochter had ze ontzettende druk gevoeld om te presteren. Eerst op school, later aan de
universiteit en dat zette zich nu door op haar werk. Dat vrouwen dubbel zo hard hun best
moesten doen, was haar met de paplepel ingegeven. Omdat ze bovendien een vrouw van
Marokkaanse origine was, kreeg ze er een extra portie druk bovenop.. Ze was zich bewust
dat de bron van haar extreem perfectionisme daar lag. Nu legde ze ontzettende druk op
zichzelf en als de druk te groot werd, kreeg ze een emotionele uitbarsting. Wie in de buurt
was, moest het ontgelden.


Oudste broer
Vervolgens keken we naar de relatie met haar oudste broer. Ze vertelde dat ze erg naar hem
opkeek. Hij was haar steun en vertrouweling. Ze bewonderde hem om zijn hoge intelligentie.
Ze begreep niet hoe het kwam dat hij zijn studie niet had afgemaakt en geen job kon
houden. Ze omschreef hem als een mislukkeling. Hij was jaloers op haar succes en hij
veroordeelde scherp haar huwelijk. Hij hield vast aan de traditionele waarden van een
gearrangeerd huwelijk. Zijn moeder had tot tweemaal toe voor hem een bruid gezocht. Om
ongekende redenen was de relatie twee keer gesprongen.


Jongste broer
De jongste broer studeerde nog. Ze had geen idee over hoe hij naar de dingen keek. Ze
omschreef hem als conflict vermijdend. Ze besefte wel dat hij het thuis heel lastig had door
de slechte relatie tussen haar ouders. Haar moeder leed erg onder de depressie van haar
vader. Ze voelde zich eenzaam in Frankrijk. Met haar familie in Marokko had ze weinig
contact. Ze vermoedde dat haar jongste broer vaak een luisterend oor moest zijn voor haar.

 

De hulpverlener en de exploratie
De rol van hulpverlener is om vanuit meerzijdige partijdigheid aandacht te hebben voor de
processen van parentificatie en delegatie, wat de gevolgen voor ieders ontwikkeling zijn en
hoe broers en zussen de balans tussen geven en nemen in evenwicht houden.  Het was duidelijk
oe ze elk een complementaire rol opgenomen hadden in het gezin. Rachida herkende zichzelf
in de beschrijving van het perfect geparentificeerde kind. Haar oudste broer zag ze als zondebok
en haar jongste broer als het kind dat kind moet blijven enerzijds en het zorgende geparentificeerde kind anderzijds.


Natuurlijk is het iets complexer dan dat. Kinderen hebben naast een dominante parentificatievorm vaak ook iets van een andere vorm. Perfect geparentificeerde kinderen bijvoorbeeld kunnen niet in alle domeinen perfect zijn. Vaak is er één domein waarin ze zondebok gedrag vertonen, zoals bij Rachida het geval is. Haar partnerkeuze is een voorbeeld van ‘zondebok-gedrag’ was, althans volgens de waarden die ze in haar opvoeding had mee gekregen. De keuze van haar oudste broer voor een gearrangeerd huwelijk was een vorm van perfecte parentificatie. Het is mijn hypothese dat hij zich teveel met de zondebok identificeerde om zich een ‘geslaagde relatie’ te gunnen. Het is een ‘creatieve’ – zij het onderbewuste - manier waarop hij met het loyaliteitsconflict tussen hem en zijn zus enerzijds en tussen hem en zijn ouders anderzijds omgaat. Door akkoord te gaan met het gearrangeerd huwelijk is hij zichtbaar loyaal aan zijn ouders. Doordat er steeds iets tussenkomt, waardoor het huwelijk niet plaats vindt, is hij onzichtbaar loyaal aan zijn zus, die zelf haar partner koos. Op die manier was hij erg gevend naar haar én naar zijn ouders zelfs al ging dit ten koste van zijn eigen geluk. Rachida zag in hoe ze elkaar in evenwicht hielden. We exploreerden hoe de balans tussen haar en haar broer in een beter evenwicht gebracht kon worden. Hoe konden ze hulpbron voor elkaar worden in plaats van struikelblok? Wat zou het voor hen beiden betekenen als zij wat minder perfect hoefde te zijn en hij wat minder zondebok? Ze heeft een hele tijd geduld moeten hebben voor ze de kans kreeg om haar erkenning uit te drukken voor zijn last als zondebok, namelijk de manier waarop hij bliksemafleider geweest was door de spanning van de relatieproblemen van hun ouders naar zich toe te trekken. Ze kon ook iets delen van haar last door zijn idealisering van haar succes. Haar faalangst was een gevolg van het feit dat ze enkel erkenning kreeg voor wat ze deed, niet voor wie ze was, waardoor ze zich gedwongen zag de lat alsmaar hoger te leggen. Beide inzichten creëerden begrip en de nodige innerlijke vrijheid bij de broer om zich open te stellen voor een nieuwe relatie. Ook Rachida voelde zich minder schuldig over haar partnerkeuze. De relatie met haar broer herstelde zich.

 

Analyse en conclusies
Bovenstaande casus is een illustratie van hoe triadische en dyadische dynamiek speelt in de relatie tussen broers en zussen. Het gaat over de dynamiek van rechtvaardigheid. Conflicten in relaties tussen broers en zussen hebben vaak te maken met billijkheid. De grote broer ervaart het - al dan niet bewust – als niet billijk dat hij de rol van zondeboek toebedeeld krijgt. De omgang met broers en zussen vormt je identiteit. De broer-zus relatie is bepalend voor de identificatie en de differentiatie. Uit de lessen van Jan Hoet herinner ik me een cruciale vraag: waarin gelijken kinderen op elkaar en waarin mogen ze verschillen? Vanuit existentiële loyaliteit zijn kinderen ook elk op hun manier gevend. Deze zijnsverbondenheid noemt Else-Marie van den Eerenbeemt “de bestaansgrond van de generaties”1. Leen Hermkens zegt dat de relatie tussen broers en zussen een triadische relatie is. Ze verwijst naar Bank en Kahn, die stellen dat “De broer-zus -relatie is in eerste instantie een product van de interactie tussen elk kind en de ouders, meer dan de kinderen onderling”2. De manier 4

waarop elk kind geeft aan zijn ouders bepaalt ook de relatie ten opzichte van elkaar. Rachida kreeg het delegaat van ‘succes’ terwijl haar oudste broer het delegaat van ‘mislukking’ kreeg. De verzoening zorgde voor een billijkere balans. 

 

Naar de werkvloer
Zo kwam het, dat Rachida de parallel kon trekken in haar relatie en omgang met haar drie collega’s. Ze zag hoe ze op haar werk ook de perfect geparentifceerde collega was, terwijl een mannelijke collega alle kenmerken van zondebok had. Niet toevallig was het de collega met wie de relatie heel gespannen was en met wie ze regelmatig een conflict had. De verzoening in de relatie met haar oudste broer, verminderde de spanning in de relatie met die collega. Ze zag ook wie de rol van ‘jongste kind’ op zich nam en wie de zorgend geparentificeerde collega was. Ze realiseerde zich hoe de geschiedenis van thuis zich op haar werk herhaalde en ze zag haar eigen rol daarin. Ook in een team heeft ieder zijn rol om bij te dragen aan de rechtvaardige balans tussen geven en nemen.

1 van den Eerenbeemt, Else-Marie: Door het oog van de familie: liefde, leed en loyaliteit, p. 110
2 zie Bank en Kahn, geciteerd in Leren over leven in loyaliteit . P 159

 

Thea Bombeek is contextueel en creatief therapeut en docent aan de opleiding Leren over Leven.

 

Bronnen
Ducommun-Nage, Catherine: Van onzichtbare naar bevrijdende loyaliteit
Hermkens, Leen: Broer en zussen: een dynamische balans in Leren over leven in loyaliteit: over contextuele hulpverlening, ed. May Michielsen, W. Van Mulligen en L. Hermkens (red.)
Tannen, Deborah: Mam vond jou altijd al leuker: liefde en rivaliteit tussen zussen
van den Eerenbeemt, Else-Marie: Door het oog van de familie: liefde, leed en loyaliteit